Wat is het verschil tussen MARPOL Bijlage I en Bijlage II?

MARPOL Bijlage I heeft betrekking op olietankers en regelt de lozing van oliehoudende stoffen, terwijl MARPOL Bijlage II van toepassing is op chemicaliëntankers en de behandeling van schadelijke vloeibare stoffen in bulk regelt. Het fundamentele verschil zit in de aard van de lading en de bijbehorende milieurisico’s: chemicaliën worden als gevaarlijker beschouwd dan ruwe olie of aardolieproducten, wat leidt tot striktere regels onder Bijlage II. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over beide bijlagen, van scheepstypes en lozingsregels tot ontgassingslocaties en boetes.

Welke scheepstypes vallen onder Bijlage I en welke onder Bijlage II?

MARPOL Bijlage I is van toepassing op olietankers die ruwe olie, stookolie, zware diesel of smeerolie vervoeren. MARPOL Bijlage II geldt voor chemicaliëntankers die schadelijke vloeibare stoffen in bulk vervoeren, zoals methanol, benzeen, aceton en andere chemische producten. Een schip dat beide typen lading vervoert, kan onder beide bijlagen vallen.

In de praktijk betekent dit dat een binnenvaart- of zeegaande tanker die (petro)chemische producten transporteert, vrijwel altijd onder Bijlage II valt. Schepen die uitsluitend aardolieproducten vervoeren, zoals een olietanker op de Rijn, vallen onder Bijlage I. De indeling is gebaseerd op de aard van de lading, niet op het type schip als zodanig.

Bijlage II hanteert een eigen categorisering van stoffen op basis van gevaarlijkheid: categorie X (meest gevaarlijk), Y en Z. Hoe hoger de categorie, hoe strenger de eisen voor reiniging, spoelen en ontgassing van de ladingtanks.

Wat zijn de belangrijkste regels voor lozing en ontgassing per bijlage?

Onder MARPOL Bijlage I zijn lozingen van oliehoudend water alleen toegestaan buiten speciale gebieden, op meer dan 12 zeemijl uit de kust, bij een vaarsnelheid van minimaal 7 knopen en met een oliegehalte van minder dan 15 ppm. Ontgassing van oliedampen is aan boord gereguleerd via inertgas- en dampterugwinningssystemen op grotere tankers.

Onder MARPOL Bijlage II zijn de lozingsregels aanzienlijk strikter. Voor categorie X-stoffen geldt een absoluut lozingsverbod in het mariene milieu. Tanks moeten worden voorgespoeld en het spoelwater moet worden afgegeven aan een havenontvangstinstallatie. Voor categorie Y en Z gelden ook strenge concentratielimieten en afstandsvereisten. Ontgassing van ladingdampen is in veel Europese landen aan banden gelegd of volledig verboden.

Voor de binnenvaart gelden aanvullende regels op basis van het CDNI-verdrag (Convention on the Collection, Deposit and Reception of Waste Generated During Navigation on the Rhine and Inland Waterways of Europe), dat specifieke eisen stelt aan het afgeven van ladingresiduen en gasvrijmaking van tanks.

Waarom is ontgassen onder Bijlage II strenger geregeld dan onder Bijlage I?

Ontgassen is onder MARPOL Bijlage II strenger geregeld omdat chemicaliën zoals benzeen, styreen en vinylchloride aanzienlijk toxischer, vluchtiger en carcinogener zijn dan de dampen die vrijkomen bij olieproducten. De vrijgekomen dampen vormen een direct gezondheidsrisico voor bemanningsleden, omwonenden en het ecosysteem in havengebieden.

Bij olietankers onder Bijlage I gaat het primair om koolwaterstofdampen die weliswaar brandbaar en luchtvervuilend zijn, maar over het algemeen minder acuut toxisch dan veel chemische verbindingen. Chemicaliëntankers vervoeren stoffen die zelfs in kleine concentraties schadelijk kunnen zijn voor de luchtkwaliteit en volksgezondheid.

Dit is ook de reden waarom Nederland en België steeds strenger optreden tegen het open ontgassen van chemicaliëntankers in havens en op vaarwegen. De regelgeving loopt in de pas met bredere Europese ambities om emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) drastisch terug te dringen.

Waar mag een tanker in Nederland of België legaal ontgassen in 2025?

In Nederland en België is open ontgassing van chemicaliëntankers op de meeste binnenwateren en in havens verboden of aan strikte voorwaarden gebonden. Legale ontgassing is alleen toegestaan op aangewezen locaties met gecertificeerde ontvangstinstallaties die dampen opvangen en verwerken. Het aantal beschikbare locaties is beperkt, wat regelmatig leidt tot wachttijden en planningsproblemen.

In Nederland zijn er een handvol erkende ontgassingsinstallaties, onder meer in de regio Rotterdam en Moerdijk. In België zijn vergelijkbare voorzieningen beschikbaar in de haven van Antwerpen. Beide landen werken aan uitbreiding van het netwerk van legale ontgassingslocaties, maar de vraag overtreft op dit moment het aanbod.

De kapitein of eigenaar van een tanker doet er verstandig aan vooraf te informeren bij de havenautoriteit of het bevoegd gezag welke locaties op het moment van aankomst operationeel zijn. Wachten op een vrije plek kost tijd en geld, en open ontgassen buiten aangewezen locaties brengt hoge boetes met zich mee.

Wat zijn de alternatieven voor open ontgassing van een chemicaliëntanker?

De belangrijkste alternatieven voor open ontgassing van een chemicaliëntanker zijn het gebruik van een gecertificeerde ontvangstinstallatie aan de wal, een mobiele ontgassingsinstallatie die naar het schip toe komt, of een flameless oxidation-systeem dat ladingdampen omzet in schone lucht zonder verbranding of vlam.

Flameless oxidation-technologie biedt een bijzonder effectieve oplossing. De technologie verbrandt geen dampen in de traditionele zin, maar oxideert ze bij lagere temperaturen zonder open vlam. Dit maakt de methode veilig inzetbaar in explosiegevaarlijke omgevingen zoals chemische terminals en havengebieden. Mobiele containerunits kunnen flexibel worden ingezet op locaties waar vaste installaties ontbreken.

Andere alternatieven zijn stoomreiniging van tanks gevolgd door afgifte van het condensaat aan een havenontvangstinstallatie, of het gebruik van dampterugwinningssystemen aan boord bij grotere zeegaande tankers. Voor de binnenvaart is de mobiele installatie in de praktijk de meest toegankelijke en snelle optie wanneer vaste locaties bezet of niet beschikbaar zijn.

Welke boetes riskeer je bij niet-naleving van MARPOL Bijlage I of II?

Bij niet-naleving van MARPOL Bijlage I of Bijlage II riskeer je als kapitein of scheepseigenaar aanzienlijke boetes, inhouding van het schip, intrekking van certificaten en in ernstige gevallen strafrechtelijke vervolging. De hoogte van de sancties verschilt per land, maar in Nederland en België kunnen boetes oplopen tot tienduizenden euro’s per overtreding.

In Nederland valt handhaving van MARPOL onder de bevoegdheid van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Kustwacht. Bij geconstateerde overtredingen, zoals illegaal ontgassen of lozen, kan het schip worden vastgehouden totdat de overtreding is hersteld en een boete is betaald. Herhaalde overtredingen kunnen leiden tot schorsing van vaarbevoegdheden.

In België treden de Scheepvaartpolitie en de Federale Overheidsdienst Mobiliteit op bij overtredingen in havens en op Belgische binnenwateren. Ook hier geldt dat open ontgassen buiten aangewezen locaties direct aanleiding geeft tot handhaving.

Naast de directe financiële schade telt ook de reputatieschade mee: verladers en terminalbeheerders werken steeds vaker alleen met gecertificeerde en compliant opererende vervoerders. Naleving van MARPOL Bijlage I en Bijlage II is daarmee niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een zakelijk belang.

Hoe SuperFlox helpt bij naleving van MARPOL Bijlage I en II

Voor tankeroperatoren die te maken hebben met strenge ontgassingsregels en een beperkt aanbod aan legale locaties, biedt SuperFlox een concrete en gecertificeerde oplossing. Met mobiele flameless oxidation-units helpt SuperFlox zowel binnenvaart- als zeegaande chemicaliëntankers om volledig compliant te ontgassen, ongeacht waar het schip zich bevindt. Dit zijn de belangrijkste voordelen:

  • Volledig emissievrij ontgassen — de flameless oxidation-technologie van SuperFlox zet ladingdampen om in schone lucht zonder open vlam of schadelijke uitstoot, wat voldoet aan de eisen van zowel MARPOL Bijlage II als het CDNI-verdrag.
  • Mobiel en flexibel inzetbaar — de containerunits van SuperFlox komen naar het schip toe, zodat er geen afhankelijkheid is van vaste ontgassingslocaties of lange wachttijden in de haven.
  • Veilig in explosiegevaarlijke omgevingen — de systemen zijn gecertificeerd voor gebruik in ATEX-zones, zoals chemische terminals en havengebieden waar strenge veiligheidsvoorschriften gelden.
  • Geschikt voor een breed scala aan stoffen — van categorie X-chemicaliën zoals benzeen en vinylchloride tot minder gevaarlijke stoffen onder categorie Y en Z.
  • Documentatie voor handhavingsinstanties — SuperFlox levert de benodigde rapportage en certificering die toezichthouders zoals de ILT en de Scheepvaartpolitie vereisen bij controles.

Wil je weten of SuperFlox op jouw locatie of voor jouw lading inzetbaar is? Neem contact op met SuperFlox voor een vrijblijvend adviesgesprek en ontdek hoe je snel, veilig en volledig compliant kunt ontgassen.